Willem Ruijs (Rotterdam 15 maart 1865 – aldaar 19 juni 1961) was een zeereder, cargadoor en expediteur.

Willem genoot zijn vooropleiding te Arnhem en Voorschoten om in Antwerpen hoger handelsonderwijs te kunnen ontvangen. In die stad ving ook zijn praktische loopbaan in de familiezaak aan. Later was hij werkzaam bij de Engelse spoorwegen.

In verband met zijn opneming in de firma Wm. Ruys & Zn., op 1 januari 1892, nam hij ontslag. Uit dit Engelse contact behield hij gedurende zijn gehele lange leven een vrijbiljet op de Engelse spoorwegen.

In de zaken van de Rotterdamsche Lloyd hield Ruijs zich vooral bezig met de meer commerciële zijde van de bedrijven van zijn familie, vooral de verzorging van de passagebelangen. Daarnaast verloochende zijn oude liefde voor het railvervoer zich niet.

Hij had een bijna legendarische kennis van de spoorwegdienstregelingen, die het hem mede mogelijk maakte in 1927 de instelling door te zetten van de speciale spoorwegverbinding ‘Rotterdam Lloyd Rapide’, welke boottrein passagiers en post vervoerde tussen Marseille en Den Haag (in 1928 ook vice versa).

De traditie wil dat hij, toen deskundigen van de spoorwegmaatschappijen bij een complicatie in de dienstregeling wanhoopten, zelf de mogelijkheid aanwees, omdat hij nu eenmaal het spoorboekje ‘uit zijn hoofd kende’.

Ook maatschappelijk was hij actief. Zo was hij bijv. bestuurslid van de Rotterdamse diergaarde. Zijn bemoeiingen met zijn steeds groeiend bedrijf, dat in 1947 het predicaat ‘Koninklijke’ verwierf, werden gekenmerkt door belangstelling, die zijn warme hart, gesteund door grote mensenkennis, hem ingaf voor alle medewerkers.

Na zijn terugtreden uit de directie in 1940 bleef hij tot zijn dood commissaris, in welke hoedanigheid hij ook enkele andere ondernemingen heeft gediend.