Willem Willemsz Ruijs (Rotterdam, 17 maart 1837 – aldaar, 3 september 1901) was een reder.

Ruijs was directeur van de Rotterdamsche Lloyd, hoofd der firma’s Wm Ruys en Zonen en van Ruys & Co, commiissaris van diverse financiële ondernemingen zoals de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij en de Nederlandsche Bell-Telefoon-Maatschappij.

Al op jonge leeftijd werd hij opgenomen in het bedrijf van zijn vader, eerst onder de Firma W. Ruys JDzn, later onder de Firma W. Ruys en Zonen. De firma’s hielden zich toen bezig met zeilvaart en import van koloniale producten.

In 1869 kocht Ruijs zijn eerste stoomschip, de Ariadne, met financiering van zijn bankier Marten Mees. In deze periode verminderde de zeilvaart en begon de stoomvaart.

In 1872, het jaar van de opening van de Nieuwe Waterweg, vaart de Ariadne als eerste Nederlands stoomschip voor de firma Plate Reuchlin & Co, de voorloper van de Holland Amerika Lijn (HAL), die dan nog niet over eigen schepen beschikt.

Zijn eerste schepen laat Ruijs in Engeland bouwen, maar in 1882 geeft hij opdracht aan Scheepsbouw en Werktuigfabriek De Schelde van Arie Smit voor het bouwen van twee schepen.

Als gevolg van de opening van het Suezkanaal breidde Ruijs in 1872 het bedrijf uit met een stoombootdienst op Batavia. Ook trad Willem Ruijs toe tot de cargadoorsfirma Ruys & Co, opgericht door zijn broer Daniel Theodorus Ruijs. Ze bouwden een regelmatige handelslijn op met Java en hadden enkele stoomboten, die later de basis vormden van de in 1883 opgerichte naamloze vennootschap Rotterdamsche Lloyd.

Ook richtte Willem Ruijs in 1891 de Koninklijke Paketvaart Maatschappij op.

Ruijs overleed op 64-jarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf in Hillegersberg.