Willem (Wim) Lagendaal (Rotterdam, 13 april 1909 – 6 maart 1987) was een commissaris van politie en een voetballer.

Wim Lagendaal was een speler van Xerxes en het Nederlands elftal. Met zijn lengte van 1,98 meter was hij, met de even lange doelman Adri van Male, een van de Rotterdamse reuzen in het Nederlands elftal. Lagendaal stond bekend vanwege zijn keiharde afstandsschoten, vandaar zijn bijnaam “Het Kanon”.

Wim Lagendaal speelde een hoofdrol in een aantal legendarische wedstrijden van het Nederlands elftal in de jaren ’30. In 1931 versloeg Oranje in een uitwedstrijd Frankrijk. Binnen twéé minuten scoorde Nederland toen drie goals. Twee waren van Lagendaal (die daarvoor trouwens ook al gescoord had) en één van Jaap Mol uit een voorzet van hem.

Zijn hoogtepunt in het Nederlands elftal waren zijn vier doelpunten in de met 1-4 gewonnen uitwedstrijd van België (1932, Antwerpen). In totaal speelde Lagendaal 15 interlands, waarin hij 14 doelpunten maakte.

Lagendaal sleet zijn nadagen bij het elitaire VOC te Rotterdam. Hij was overtuigd amateur en hield niet van de sfeer van betaald voetbal.

In het dagelijks leven was Lagendaal personeelschef bij de Rotterdamse politie. In deze hoedanigheid wist het totale elftal van Xerxes op papier tot hulppolitie te maken. Faas Wilkes, die meende dat hij zijn leven te danken had aan zijn clubgenoot, en de zijnen kregen een “ausweis”. Hierdoor werden ze beschermd tegen de Duitsers.

Na de bevrijding werd Lagendaal, die werd gezien als een oorlogsheld, gepromoveerd tot commissaris.

Wim Lagendaal overleed in 1987 en werd in alle stilte begraven.