Het ‘Besluit bevolkingsboekhouding’ van 10 augustus 1938 bepaalde dat er van elke in Nederland woonachtige persoon een persoonskaart aangelegd moest zijn.
Persoonskaarten werden bijgehouden tot en met 30 september 1994.
Op een persoonskaart staan over het algemeen de volgende gegevens:
- Nummer van de geboorteakte en datum van overname van de gegevens daarvan op de kaart
- Relatie tot het gezinshoofd
- Achternaam
- Voornamen
- Geboortedatum en -plaats
- Nationaliteit
- Namen, geboortedata en -plaats van beide ouders
- Naam van de huwelijkspartner
- Geboortedatum en -plaats van de huwelijkspartner
- Datum en plaats van het huwelijk
- Datum, plaats en reden van bëeindiging van het huwelijk (O: overlijden, S: scheiding)
- Woonadressen
- Datum en plaats van overlijden (of van vertrek uit Nederland)
Op de kaart van een gezinshoofd werden daarnaast voor elk inwonend kind vermeld:
- Achternaam en voornamen
- Geboortedatum en -plaats
- Verhouding tot het gezinshoofd (zoon / dochter / stiefzoon / stiefdochter)
- Datum en wijze van verlaten van het gezin (H: huwelijk, A: afvoeren (vertrek), O: overlijden)
Persoonskaarten zijn op te vragen bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG)



