Per 1 januari 1850 kregen de gemeenten in Nederland de wettelijke plicht om een doorlopend bevolkingsregister bij te houden. Per inwoner moest in dit register worden bijgehouden:
- familienaam
- voornamen
- geslacht
- positie van elk persoon in het gezin
- geboortedatum en -plaats
- burgerlijke staat
- kerkgenootschap
- beroep
- adres
- datum van vestiging in de gemeente
- vorige woonplaats
- vertrek uit de gemeente
- waarheen vertrokken
- datum van overlijden
Na het bevolkingsregister volgden in 1920 de gezinskaart en in 1938 de persoonskaart.



