Een volkstelling (census) is een vaststelling, door of namens de overheid, van de bevolkingsgrootte van een bepaald gebied, meestal een land, waarbij tevens een aantal andere, structurele kenmerken onderzocht worden, zoals leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, godsdienst, gezinsverband en beroepswerkzaamheid.

Voor de 18e eeuw, toen de eerste landelijke volkstelling werd gehouden, vonden al eeuwenlang plaatselijke en regionale volkstellingen plaats; vrijwel altijd om zo te kunnen zien hoeveel belasting er kon worden geheven.

Zo werden in 1574 en 1581 volledige volkstellingen gehouden in de stad Leiden. In Friesland zijn volkstellingen bekend uit 1689, 1714, 1744 en 1748/49 en in Overijssel uit 1748. In Holland werden in 1747 voor militaire doeleinden alle mannen geteld.

In 1795/96 werd de eerste landelijke volkstelling gehouden ten tijde van de Bataafse Republiek. De volkstelling van 1830 kan als de eerste officiële Nederlandse volkstelling worden aangemerkt. Dat was namelijk de eerste die werd aangekondigd per Koninklijk Besluit.

Op 22 april 1879 werd bij wet vastgelegd om elke tien jaar een volkstelling te houden. Tegelijkertijd kwam vanaf 1851 het bevolkingsregister op.