De verwantschapsgraad is een nummer waarmee aangeduid wordt in welke mate twee personen aan elkaar verwant zijn.

De graad van bloedverwantschap is bepaald door de ‘afstand’ tot de gemeenschappelijke stamouders. Hoe dichter u bij de gezamenlijke stamouder staat, hoe nauwer de verwantschap.

De graad van verwantschap is te vinden door de stappen te tellen die u in een stamboom moet doorlopen om van de ene bloedverwant bij de andere te komen.

Het vaststellen van de graad van bloedverwantschap of aanverwantschap is onder meer van belang:

  • in het erfrecht;
  • voor het aanvragen van curatele, bewind en mentorschap;
  • voor het bepalen of u in aanmerking komt voor buitengewoon verlof, bijvoorbeeld bij het overlijden van de grootouder van uw echtgenoot.

 

Graad Bloedverwantschap Aanverwantschap
1e graad – uw (adoptie)ouder(s);
– uw (adoptie)kind(eren).
– de (adoptie)ouder(s) van uw partner;
– de (adoptie)kind(eren) van uw partner;
– de partner van uw (adoptie) kinderen (schoonzoon of schoondochter).
2e graad – uw grootouder(s);
– uw kleinkind(eren);
– uw broer(s) en zus(sen).
– de grootouder(s) van uw partner;
– de kleinkind(eren) van uw partner;
– de broer(s) en zus(sen) van uw partner.
3e graad – uw overgrootouder(s);
– uw achterkleinkind(eren);
– uw neef en nicht (de kind(eren) van uw broer(s) en zus(sen);
– uw oom(s) en tante(s) (de broer(s) en zus(sen) van uw ouder(s).
– de overgrootouder(s) van uw partner;
– de achterkleinkind(eren) van uw partner;
– de neef en nicht van uw partner (de kind(eren) van de broer(s) en zus(sen) van uw partner;
– de oom(s) en tante(s) van uw partner (de broer(s) en zus(sen) van de ouder(s) van uw partner.
4e graad – uw betovergrootouder(s);
– uw achterneef en achternicht (de kleinkind(eren) van uw broer(s) en zus(sen);
– uw neef en nicht (de kind(eren) van de broer(s) of zus(sen) van uw ouder(s);
– uw oudoom(s) en oudtante(s) (de oom(s) en tante(s) van uw ouder(s).
– de betovergrootouder(s) van uw partner;
– de achterneef en achternicht van uw partner (de kleinkind(eren) van de broer(s) en zus(sen) van uw partner;
– de neef en nicht van uw partner (de kind(eren) van de broer(s) en zus(sen) van de ouders(s) van uw partner;
– de oudoom(s) en oudtante(s) van uw partner (de oom(s) en tante(s) van de ouder(s) van uw partner.