Het tiendenstelsel (tiendrecht, tiendenrecht) is een vorm van winstbelasting, waarbij men een deel van de opbrengst diende te betalen.

Oorspronkelijk bedroeg dit een tiende deel; uit de middeleeuwen zijn echter ook andere percentages bekend.

De tiende werd in Europa pas ingevoerd ten tijde van Pepijn III (714-768). Het was bedoeld als een sociale belasting, die moest dienen ter financiering van de armenzorg, het levensonderhoud van parochiepriesters en de instandhouding van kerkgebouwen.

De regel was dat iedereen een tiende deel van zijn oogst zou afdragen. Een derde van de tiende werd besteed aan sociale werken, een derde kwam toe aan de dorpspastoor en een derde aan de parochiekerk.

In gebieden waar de tiende pas in latere eeuwen werden ingevoerd, kwam er ook een deel toe aan de bisschop.

De inning gebeurde aanvankelijk in natura, waarbij men letterlijk een tiende deel van een oogst op de velden ging ophalen. In latere tijden werd de tiende dikwijls verpacht (aan een zogenaamde tiendesteker). Met de tijd werd de tiende ook voldaan in klinkende munt.