Sybolt (Siebold) van der Linde (Makkum, 24 september 1902 – Den Haag, 15 mei 1995) was een Nederlands Hervormd predikant en zendeling leraar te Nederlands Indië.

Geboren in een schippersgezin als oudste zoon van Gerrit van der Linde en Anna Karsten, bracht hij zijn eerste levensjaren afwisselend door aan boord van de tjalk Ambulant of in de bescheiden woning aan de wal te Makkum.

Aafke Canrinus, een familielid van Anna, die te Makkum bekend stond om haar gave van het oog, kwam wel op bezoek aan boord van de tjalk. Toen de kleine Siebold in de roef met zijn blokken speelde observeerde zij het kind geconcentreerd en zei toen tegen Anna: “Wat zal dat kind een zware levensweg krijgen.” Tijdens zijn gevangenschap in het Jappenkamp, overdacht Siebold nog vaak deze voorspellende woorden.

Siebold van der Linde bezocht de Lagere Scholen te Makkum en later te Midlum. Te Midlum verbleef hij met regelmaat bij het echtpaar Alkema, dat een aantal kinderen van het gezin Van der Linde had opgenomen. In een droom zag hij zichzelf op de kansel van de Hervormde Kerk te Makkum; jaren later heeft hij meerdere malen vanaf die kansel gepreekt.

Na zijn Lagere Schooltijd ging Siebold bij zijn tante Anna van der Linde-Pronk te Amsterdam in de kost. Hij raakte goed bevriend met zijn neef Jeen, en samen volgden ze de Normaal School in de hoofdstad. Siebold had daarbij ook nog een kantoorbaan. Dit was echter een zware opgave voor de jonge tiener, en toen hij Spaanse Griep kreeg, lag hij op de rand van de dood. Hij herstelde echter, maar zijn tante adviseerde vader Gerrit van der Linde, de zorg voor zijn zoon weer op zich te nemen en hem tijd van herstel te gunnen.

Zendingsschool en Bevestiging

Na enige tijd gaf Siebold toch te kennen, dat hij door wilde leren, en wel aan de Nederlandse Zendingsschool te Oegstgeest. Omdat zijn familie niet bijzonder financieel draagkrachtig was, schreef moeder Anna van der Linde-Karsten een brief aan haar voormalige werkgeefsters; de freules Repelaer van Spijckenisse, met het verzoek of zij misschien de studie van Siebold financieel wilden ondersteunen.

Dit verzoek werd ingewilligd onder voorwaarde, dat de studieresultaten goed zouden zijn, om dit te garanderen zou ds.Van Schouwenburg uit Den Haag, de vorderingen periodiek inspecteren. De studie verliep voorspoedig en later volgde Siebold ook colleges aan de universiteit van Leiden. Zijn leraren waren o.a. prof. Christiaan Snoeck Hurgronje en prof. Hendrik Kraemer. Zijn studie tot zendeling leraar en predikant heeft hij cum laude afgerond. Hij bestudeerde naast Christelijke theologie, een aantal Indische talen, Arabisch en de Islam.

Eens vroeg prof. Snoeck Hurgronje aan Siebold het opschrift van een Arabische grafzerk te vertalen. Deze tekst luidde als volgt: “ Dit is mij aangedaan, ik heb het echter niemand aangedaan”. Vervolgens vroeg de professor om een interpretatie van deze tekst. Siebold antwoordde, dat het hier waarschijnlijk, het graf betrof van een ongehuwde man zonder nageslacht. Tevens een persoon met een wat depressieve inslag en een sombere levensinstelling.

Op Pinksteren 1928 werd hij bevestigd in de Rotterdamse Laurenskerk. Zijn moeder Anna Karsten heeft de dienst nog mogen meemaken, in november van dat zelfde jaar overleed zij. Als tekst voor de preek had hij gekozen: “ Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Here.” [Zacharia 4: 6] De Nederlandse Zendingsvereniging zond hem naar West Java. Begin 1929 [een zeer strenge winter] vertrok hij met het passagiersschip P.C. Hooft vanuit Amsterdam naar Indië.

Cheribon en Malang

Zijn eerste aanstelling was te Cheribon op Java. Omdat Siebold het Arabisch beheerste en een kenner van de Islam was, had hij ook veel Moslims onder zijn gehoor, waarvan velen zich tot het christendom bekeerden.

Siebold van der Linde als predikant te Cheribon

In 1939 werd hij te Malang als docent aan de theologische opleiding voor Javaanse predikanten benoemd, mede op voordracht door prof. Hendrik Kraemer. Tot de vrienden behoorden het Friese onderwijzers echtpaar Van der Leest (Baukje) en de onderwijzeres juffrouw Oei.

Oorlog

Door het uitbreken van de oorlog met Japan in 1942 en de bezetting van Ned. Indië werd Siebold op 22 maart 1942 gevangen genomen en in de Boeboetan-gevangenis te Soerabaja geïnterneerd, waar het nog wel was toegestaan om kerkdiensten te organiseren en te preken. Deze taak vervulde hij samen met ds. Hoogstraten en dr. Schuurman. De gevangenis kon 500 mensen herbergen, en er waren 1500. De reden van deze arrestatie werd nooit opgehelderd, en na enige tijd werd hij weer vrijgelaten.

Op 13 juli 1942 werd Siebold opnieuw gearresteerd door de Kempetai-afdeling te Bondowose, de geheime dienst van de Japanners, op beschuldiging van samenzwering, sabotage en ondergronds verzet. Veel planters en bestuursambtenaren ondergingen hetzelfde lot. Er zou voor dat doel, door gouverneur Harteveld een bedrag van f 50.000,- beschikbaar gesteld zijn.

Dit bedrag was echter bedoeld om noodleidende ondernemingen draaiende te houden. Omdat Siebold ook na verhoren onder zware foltering, weigerde het vonnis te ondertekenen, werd hij niet ter dood veroordeeld, maar kreeg hij een straf van 10 jaar met dwangarbeid in de gevangenis van Bandoeng opgelegd. De cel werd met 9 personen gedeeld. De dwangarbeid bestond uit het delven van graven en het uitvoeren van begrafenissen. Daarnaast kreeg Siebold de taak toegewezen samen met arts Nijk de gewonden te behandelen.

Eens vroegen de medegevangenen, celgenoten aan ds. Siebold van der Linde, om een teken van Gods nabijheid. De dominee verzocht de celgenoten met hem in gebed te gaan. Toen zij na het gebed de ogen openden, vloog er een grote kleurrijke tropische vlinder door de cel. Voor dat ogenblik was het een teken van bemoediging en troost van hogerhand.

Hij nam onofficieel een zekere leiding en pastorale verantwoording op zich voor de gevangenen. Door met hen af te spreken goed te signaleren, te observeren en te analyseren, ontstond een zekere zingeving binnen een hopeloze zinloze omgeving. Een goede vriend ds. Hoogstraten was reeds aan de kampontberingen bezweken. De Japanse beul en folteraar heette Angsawa Isamu.

Tijdens zijn gevangenschap met verhoren onder zware foltering, viel Siebold van der Linde eens in een comateuze slaap. Hij droomde en zag zichzelf met zijn broer Gerard wandelend op het Damrak te Amsterdam en keek op de torenklok van de Beurs van Berlage. Hij zei tegen zijn broer: Kijk Gerard het is al kwart over drie. Terug in Nederland in 1959 liep hij daadwerkelijk met zijn broer Gerard op het Damrak, en bij de Beurs gekomen keek hij naar de klok; het was kwart over drie. Hij zei: “Kijk Gerard het is al kwart over drie.”

Na enig omzwerven in verschillende gevangenissen; 13-1-1945 Tjipinang-gevangenis; 24-1-1945 Bantjeuh-gevangenis, belandde Siebold op 25-1-1945 in de Soekamiskin-gevangenis te Bandoeng. Ofschoon het gevangenisbewind nu milder was, overleden er van de 50 gevangenen, 30 binnen 3 maanden van uitputting en ondervoeding.

De capitulatie Japan was op 15-8-1945. In september 1945 was de bevrijding van de Japanse bezetting te Indië. Angsawa werd veroordeeld tot de doodstraf.

[Een gedeelte van een brief, gedicteerd door ds. Siebold van der Linde en gezonden aan zijn broer Gerard en schoonzuster Trijn, eind 1945.]

Veel gevangenen hebben aanvankelijk de misdrijven ontkend, die hen werden] ten laste gelegd, maar bekend hebben door onmenselijke en beestachtige mishandelingen.

Ik heb mijn beulen meermalen gesmeekt mij dood te schieten, want ik wist, dat op een bekentenis de doodstraf volgde. Maar als de martelingen onhoudbaar werden, bekenden de arme slachtoffers maar. En nu ben ik dankbaar, dat God mij gered heeft.

Op 27 December 1943 werd ik vijf maal op een ladder gebonden en in t water gestort. In die nacht nam ik mij voor om de volgende dag maar te zeggen wat zij van mij wilden, want de dood was begeerlijker dan het leven. Maar God dank, hebben zij mij niet meer aan een verhoor onderworpen. Nu de weduwen van mijn onthoofde vrienden bij me komen, ben ik zoo dankbaar voor hun lot gespaard gebleven te zijn, nu hopen wij elkaar tenminste weer terug te zien. Mondeling kan ik beter alles vertellen, wat een vreugde zal het zijn als we elkaar terug mogen zien. Groet al de broers en zusters, neven en nichten hartelijk van mij.’

Het doet mij leed voor Jacob en Coba, dat ze Alle moesten verliezen. God zal hen zeker troosten met het vooruitzicht van het weerzien in het Vaderhuis. Wil je hun dit zeggen en hen bedanken voor de brief. Het spijt me, dat de papiernood me verhindert zelf te schrijven.

Ik ben hier met de zware taak belast, doodsberichten aan de families in het kamp mee te delen en Zondags te preken in onze kampkerk.

Hoe lang we hier nog vast zullen zitten valt niet te zeggen. Nu beste Gerard en Trijn m,n beste wenschen, vooral ook voor kleine Doutzen voor 1946.

Laat mij gauw weer eens van jullie hooren en namens jullie broer Siebold hartelijk gegroet.

Kamp Tjilapit Bandung.
Brandtanstaat 19
Java

Na de oorlog

Na de capitulatie van Japan 15 augustus 1945 bleven de gevangenen aanvankelijk toch in een kamp onder bewaking, dit ter bescherming tegen de nationalistische extremisten, die streden voor een vrij Indonesië.Toen Siebold ondanks alle waarschuwingen, zich toch op weg begaf naar zijn kerk te Bandoeng, werd hij onderweg aangehouden door de vrijheidsstrijders in een jeep. Elke blanke werd onherroepelijk dood geschoten.

Met het geweer in de aanslag stond de leider gereed om te hem dood te schieten. Toen hij echter goed keek, zei hij: “ Boekan ini”, wat betekent, “Deze niet”. De extremisten reden door. Toen het leven later wat genormaliseerd was, werd Siebold opgenomen in het ziekenhuis met ernstige ondervoedings verschijnselen; hij woog slechts 30 kg. Aanvankelijk kreeg hij in het Juliana Hospitaal te Bandoeng slechts kleine hoeveelheden babyvoeding toegediend. Een normale maaltijd zou de dood ten gevolge hebben gehad.

Begin 1946 was de toeloop tijdens de diensten van ds. Siebold van der Linde zo groot, dat de Oosterkerk te Bandoeng te klein was. Er werden twee diensten achter elkaar georganiseerd.

In 1946 was er de benoeming tot legerpredikant. Na het vertrek van ds. Koningbergen als hoofdlegerpredikant in 1948, volgde Siebold van der Linde hem op, met de militaire rang van Luitenant Kolonel. Deze benoeming betekende ook samenwerking met de bekende generaal Spoor.

Op een nacht werd ds. Van der Linde gewekt door een aantal Indonesiërs, die hem met spoed wilden spreken. Ze beklaagden zich over het feit, dat een aantal van hun familieleden en vrienden gevangen waren genomen door een kapitein uit het leger, en dat er zonder onderzoek geëxecuteerd werd. Ze smeekten de dominee hier een halt aan toe te roepen.

Siebold begaf zich te middernacht, vergezeld van een aantal inlanders naar de woning van de kapitein, en gelastte hem op grond van zijn hogere rang als luitenant kolonel, onmiddellijk de executies te staken, en slechts recht te spreken middels een juridisch vonnis. Zo niet, dan zou dit spoorslags gemeld worden aan generaal Spoor. Jaren later in Nederland, werd hij hier nog boos op aangesproken door de betreffende kapitein.
.
Toen hij eens per militair vliegtuig naar een belangrijke bespreking moest, kwam de chauffeur zonder duidelijke redenen een half uur te laat. Bij aankomst op het vliegveld was het plaatsbewijs reeds afgegeven aan een officier met de naam Hartog, deze weigerde dit nog af te staan. Het vliegtuig steeg op, en Siebold bleef achter in de passagiershal, en las als tijdverdrijf een boek.

Na enige tijd ontstond er nerveuze drukte en onrust bij het grondpersoneel in de hal van het vliegveld. Er werd meegedeeld dat het vliegtuig in de mist tegen een berg gevlogen was. Er waren geen overlevenden. Jaren later ontmoette Siebold bij toeval de weduwe Hartog op een onderneming [suikerplantage] in Ethiopië, zeer verwonderd bespraken zij de merkwaardige samenloop van omstandigheden.

Tijdens een kort verlof in Nederland in 1948-1949 werd ds.Siebold van der Linde voor een lunch uitgenodigd bij de nieuwe Koningin Juliana op paleis Soestdijk en later ook bij prinses Wilhelmina. Tijdens de kerkdienst in de Nieuwe Kerk te Amsterdam was de prinses ook aanwezig. Op verzoek van de koningin hield hij vlak voor zijn vertrek in 1949 een radiotoespraak.

Hij werd onderscheiden als officier in de Orde van Oranje Nassau. Koningin Juliana was ingehuldigd op 4 september 1948. Op 27 december 1949 werd de onafhankelijkheid van Indonesië officieel erkend.

Predikantschap

Vanaf 1953 was hij predikant voor de Protestante Kerk te Bandoeng. Op verzoek van de regering van Indonesië, bleef hij predikant te Bandoeng [Bethelkerk] tot zijn tropen emeritaat in 1959. Siebold kende president Soekarno persoonlijk. In de zomer van datzelfde jaar keerde hij terug naar Nederland.

In Nederland werd ds. Siebold van der Linde door het Ministerie van CRM als predikant voor de gerepatrieerden benoemd, aanvankelijk in het Noordelijk deel van het land, en was hij woonachtig te Deventer, later verhuisde hij naar Utrecht en korte tijd daarna naar Den Haag. Hij was inmiddels landelijk predikant voor de gerepatrieerden, een functie met een sterk pastorale inslag. Dit werk deed hij, tot hij in 1968 als Nederlands Hervormd predikant met emeritaat ging.

Afscheid van de gemeente te Bandung voor vertrek naar Nederland

Het emeritaat bracht echter niet de rust, die men zou verwachten. Nog dat zelfde jaar kwam er een verzoek van de Franse Kerk uit Parijs, predikant te worden voor de Franse kerk in Marokko, met als woon en standplaats wisselend Casablanca en Marrakech. Hij logeerde enige tijd op het – Institut Néerlandais- te Parijs, om zich goed in de spreekvaardigheid van het Frans te bekwamen. Door zijn kennis van het Arabisch en van de Islam had men hem aangezocht voor deze functie, ook om de relaties met de Berbers te onderhouden.

In de praktijk betekende het, dat hij tevens pastor was voor de Nederlanders in Noord en West Afrika. Om deze mensen te bereiken, kocht hij een goed toegeruste camper, en doorkruiste hij daarmee de soms onherbergzame gebieden van de regio.

Eerder was daar al een contact geweest met de missionarissen te Marokko, om zich als Arabist bij de Augustijner monniken in een klooster te voegen, hetgeen later om niet geheel duidelijke redenen niet doorging.

In 1972 werd hij predikant voor de Nederlandse Kerkelijke Gemeente in Spanje, hiertoe vestigde hij zich aan de Costa del Sol te Benidorm en later te Fuengirola. Deze gemeente bestond voornamelijk uit overwinteraars en toeristen en droeg een Oecumenisch karakter. Hij vervulde deze functie samen met Mgr. Dellepoort, de oud-kamerheer van Paus Johannes XXIII. Naast collega, was Mgr. Dellepoort ook een goede vriend. Ook deze functie betekende tevens pastorale zorg voor Nederlanders te Tunesië, Algerije en op de Canarische eilanden, waarvoor reizen ondernomen werden.

Rond 1980 keerde Siebold terug naar Den Haag. Hier vervulde hij nog vele preekbeurten in kerken met name te Den Haag. In het verzorgingstehuis te Den Haag werkte hij vaak samen met dr. J. Verburg. Toen hij, reeds hoogbejaard, uitgenodigd werd een dienst te leiden in de Emmakerk te Amsterdam vroeg de ouderling, waar zijn aantekeningen voor de preek waren. Siebold antwoordde, dat hij uit zijn hoofd sprak. De ouderling uitte daarop met enig cynisme zijn ernstige twijfels. Na afloop van de dienst werd hij echter van harte uitgenodigd nog eens terug te komen om te preken.

De Hervormde Gemeente Kruispunt te Den Haag, heeft het 60 jarige ambtsjubileum van ds. Siebold van der Linde in mei 1988, op ingetogen wijze, doch met een warm hart, herdacht, en hem ter herinnering een mooi fotomoment ten geschenke gegeven.

Hartaanval

Na een zware hartaanval in 1990 preekte Siebold niet meer; de arts sprak zijn verwondering uit, dat hij het had overleefd. Met enige regelmaat bezocht hij nog wel de kerkdiensten in het verzorgingstehuis; waar veel ouderen hem kenden, en graag met hem spraken, omdat hij hen zo goed begreep.

Mevr. Freeke, een oprechte christenzuster woonde in de buurt, zij had een groot gezin, en de familie vervulde voor de hoog bejaarde dominee, mantelzorg; ze hielpen hem bij administratie en huishouding in zijn appartement aan Hendrinaland 16, waardoor hij tot op zeer hoge leeftijd zelfstandig wonen kon.

Aan het einde van dit bijzondere leven, zat de weduwe Neeltje Freeke-van der Smit aan zijn sterfbed in het verpleegtehuis, waar hij sinds enkele weken verbleef. Zij was troostend liefdevol wakend bij hem in deze laatste ogenblikken. Hij was nog steeds zeer helder van geest, en hij was gereed voor de ontknoping. De weduwe van ds. Keers, mevr. Melle, familie De Mol van Otterloo, Wim Fraeyhoven bezochten hem aan zijn ziekbed, zij waren goede vrienden uit Indië.

Dominee Siebold van der Linde was nooit gehuwd, maar hem waren engelen aan zijn zijde geschonken.

Op zijn priesterlijk levenspad had dominee Siebold van der Linde veel meegemaakt, dat menselijkerwijs raadselachtig en onverklaarbaar was. Levend vanuit Godsvertrouwen en wetend dat het einde naderde, citeerde hij regelmatig de dichterlijke woorden van P.A. de Génestet:

Er is geen priester, die God verklaart
In raadselen wandelt de mens op aard,
Maar ik geef mij over in vast geloof
Aan God de vader, wie niets m, ontrove
Tot het raadsel zich ontknope
Wat dit korte leven zij.

(Biografie verzorgd door: Frans Polman)