Een stiefouder is de echtgenoot of partner van een van iemands ouders op grond van een later huwelijk van die ouder.

Stief betekent oorspronkelijk ‘beroofd van de bloedband‘, ‘iets missend’. Kinderen uit een eerder huwelijk zijn voor de stiefouder dus stiefkinderen.

Kinderen uit het volgende huwelijk zijn dan stiefzus of stiefbroer ten opzichte van de kinderen uit het eerdere huwelijk en hebben een gemeenschappelijke vader of moeder (zie: halfbroer en halfzus).

Aanvankelijk werd de term vaak alleen gebruikt voor een latere echtgenoot van een weduwe of weduwnaar.

Sinds het einde van de 20e eeuw wordt de term ook gebruikt voor een persoon die een relatie aangaat met iemand die geen weduwe of weduwnaar is, maar die toch één of meerdere kinderen heeft.

Dit oneigenlijke gebruik van het woord stiefouder wordt echter niet door iedereen aanvaard of in die zin gebruikt.