De Romeinse kalender (latijnse kalender) is een kalendersysteem dat gebaseerd is op de maanstanden en waarbij het jaar is onderverdeeld in 12 maanden.

Oorspronkelijk was de Romeinse kalender volledig gebaseerd op de landbouw. Het jaar bestond uit 10 onregelmatige maanden (van maart tot december) met een totaal van 304 dagen. In de winter, wanneer werk op het land onmogelijk was, had men een periode van twee maanden die in de kalender niet werd meegerekend.

Waarschijnlijk onder invloed van de Etrusken werd er overgeschakeld op de maankalender. Het jaar bestond voortaan uit 12 maanden (januari en februari werden toegevoegd) met mogelijk af en toe een schrikkelmaand van 22 of 23 dagen.

Toch bracht ook deze wijziging de kalender niet helemaal in overeenstemming met het zonnejaar. In ieder geval bestond een jaar uit 355 dagen.

Dit jaar begon in maart (gewijd aan Mars), een feit dat nog steeds in de namen “september” (zevende maand), “oktober” (achtste maand), “november” (negende maand) en “december” (tiende maand) voortbestaat. Juli en augustus hebben eerst Quintilis (vijfde maand) en Sextilis (zesde maand) geheten, maar werden later naar Julius Caesar en Augustus genoemd.

Maart, mei, juli en oktober telden 31 dagen, februari had er 28, de overige maanden bestonden uit 29 dagen.

Een datum werd in de Romeinse tijd aangegeven door het aantal dagen te noemen voor een vast punt:

  1. de Kalendae (1e dag van de maand)
  2. de Nonae (5e dag van de maand of de 7e in de maanden maart, mei, juli en oktober)
  3. de Idus (13e dag van de maand of de 15e in de maanden maart, mei, juli en oktober)

Vanaf deze vaste punten telde men in een maand de dagen terug waarbij begin- en einddagen ook meegeteld werden.

Zo wordt bijvoorbeeld 13 oktober “ante diem III Id. Oct.” en 30 oktober “a.d. III Kal. Nov.” Maar de dag voor een vast punt werd geen a.d. II genoemd; zo wordt 31 oktober “pridie Kal. Nov.” (i.e. de dag voor de Calendae van november).

In de tijd van Julius Caesar is de discrepantie tussen de maankalender en de seizoenen zo groot geworden dat Caesar de Romeinse kalender hervormt tot de Juliaanse kalender en deze op de zon laat baseren.