Rigardus Rijnhout (Rotterdam, 21 april 1922 – Leiden, 13 april 1959) stond door zijn lengte van 2 meter en 38 centimeter bekend als de Reus van Rotterdam.

Hij is na de 2,42 m lange in 1897 te Amsterdam geboren Albert Johan Kramer de langste man in Nederland aller tijden. Rijnhout woog 230 kilo en had schoenmaat 62.

Zijn buitengewone lengte werd veroorzaakt door een ernstige afwijking aan zijn hypofyse.

Rijnhout overleed op 36-jarige leeftijd aan de hypofysetumor. Rijnhout werd begraven op de Zuiderbegraafplaats.

Zijn leven was niet makkelijk. Vast, regelmatig werk vond hij niet en door de hoge uitgaven aan kleding en voeding heeft Rijn, die in het ouderlijk huis aan de Gouvernestraat bleef wonen, het financieel niet breed.

In de oorlog kreeg Rijnhout verschillende toeslagkaarten, omdat de distributiedienst besefte dat een dergelijke reus meer voedsel nodig heeft dan een normaal mens.

Bovendien werd hij als bezienswaardigheid vaak uitgelachen en gepest. Hij verdiende geld door zichzelf als wandelend reclamebord te verhuren.

Na een fietsongeval belandde hij in een invalidewagen waarmee zijn vader hem rondreed. Na zijn ongeluk heeft hij nog een paar jaar bij de vertreksteiger van de Spido ansichtkaarten met een foto van zichzelf aan de man gebracht.

Na een lange periode van bedlegerigheid moest hij naar het Academisch Ziekenhuis in Leiden worden overgebracht. Een hijskraan moest worden ingezet om hem vanaf de tweede etage naar beneden te takelen.

Zijn vader sprak bij het graf van zijn zoon de volgende woorden: Spot en hoon waren vaak je deel, maar je haatte de mensen daarom niet, want je had een hart van goud.

In zijn geboortewijk het Oude Westen is het R. Rijnhoutplein naar de lange Rotterdammer vernoemd. De stichting ‘De Reus van Rotterdam’ heeft ervoor gezorgd dat er in 2011 door Herman Lamers een standbeeld op ware grootte van hem werd gemaakt.

Het beeld van Rijnhout is geplaatst in het wijkpark van het Oude Westen. De reus staat in een levensecht afgebeelde voor hem karakteristieke houding vlakbij het huis in de Gouvernestraat waar hij opgroeide en zijn leven lang woonde.

In 1975, 16 jaar na zijn overlijden, was Rigardus weer in het nieuws. Dit kwam omdat zijn stoffelijke resten op 13 maart werden overgebracht naar het Anatomisch Laboratorium in Leiden.

Zijn vader had het skelet ter beschikking van de wetenschap gesteld, en de burgemeester van Rotterdam verleende formeel zijn toestemming voor de grafruiming, waaraan geen ruchtbaarheid werd gegeven.

Eerdere pogingen van particuliere zijde om het skelet van de “Reus van Rotterdam” voor Rotterdam te behouden wanneer een gedeelte van de Zuiderbegraafplaats zou worden geruimd, hadden geen succes.