Het poorterrecht is het voorrecht dat inwoners van bepaalde stad hadden verkregen ten opzichte van andere inwoners. Houders van dit poorterrecht werden poorters genoemd.

Het poorterrecht kende diverse voordelen, waaronder:

  1. Men genoot rechtsbescherming in voorkomende gevallen;
  2. Iemands kinderen verkregen het recht om, wanneer van toepassing, opgenomen te worden in het burgerweeshuis;
  3. Voor de uitoefening van vele ambachten moest men lid worden van een gilde en dit gilde stelde als voorwaarde dat men eerst poorter werd.

Daartegenover stond dan dat men moest helpen bij de verdediging van de stad.

Het kopen van het poorterrecht was vaak vrij kostbaar. Men kocht dit poorterrecht alleen als men dacht er beter van te worden.

Aan het einde van de 18de eeuw mocht iedereen zijn of haar beroep vrij uitoefenen en verloor het hebben van het poorterrecht haar waarde.