Philippus van Ommeren (Rotterdam, 28 november 1861 – Wassenaar, 10 september 1945) was een Rotterdamse havenbaron. Onder zijn leiding groeide het scheepvaartbedrijf Van Ommeren uit tot één van de grootste van Nederland. Ook legde hij de basis voor de tankopslag waardoor het bedrijf na WOII uitgroeide tot één van de grootste tankterminalconcerns van de wereld.

Philippus, die zich om iedere naamsverwarring met zijn familieleden te voorkomen bediende van de naam “Phs. van Ommeren Jr. zoon“ kwam uit een familie die al generaties lang werkzaam was in de zeevaart en het havenbedrijf.

Na het behalen van zijn HBS-diploma, trad Van Ommeren in 1878 toe tot de onderneming van zijn opa. Op dat moment was de oude zeilrederij van het bedrijf verdwenen, zodat de firma uitsluitend nog optrad als cargadoor en expediteur.

Ook de in Amsterdam gevestigde dochteronderneming “Van Es en Van Ommeren” beperkte zich tot die activiteiten. De firma Van Ommeren was gevestigd aan de Wijnhaven. De firma was er één om rekening mee te houden maar had niet zoveel schepen als Ruys en Van Hoboken.

Op 1 januari 1885, met het uittreden van zij opa, werd Van Ommeren firmant. Kort daarna zorgde hij voor drie belangrijke uitbreidingen van de kerntaken van de onderneming, te weten de herstart van de rederij-activiteiten, de rol van de riviervaart en de tankopslag.

Binnen de firma ging Van Ommeren een dominerende rol spelen en werd hij een man van groot gezag in internationale rederskringen. Vrijwel direct werd het aantal agenturen, vertegenwoordiging van buitenlandse scheepvaartlijnen, sterk uitgebreid.

Riviervaart

In 1896 stelde de Koninklijke Olie (Shell) het bedrijf Van Ommeren aan als haar ‘shipping agent’ waarmee zij haar intrede deed in de oliewereld. Hiermede verwierf de firma tevens de gelegenheid vaste voet te verkrijgen in het Oosten, waaruit in 1898 een agentschap voor de Nippon Yusen Kaisha voortkwam en hechte banden met Japan ontstonden.

Door de vriendschap die Van Ommeren opbouwde met met Henri Detering, de baas van de Koninklijke Olie, kreeg Van Ommeren in 1902 het monopolie op het transport van ruwe benzine naar en in Duitsland.

Tankopslag

Door zijn durf en inzicht begon Van Ommeren een tankopslag in olie. Naar zijn mening ontbrak een belangrijke schakel tussen de aan- en afvoer van olie. Zijn oom en medefirmant zag niets in zo’n veem. Van Ommeren zette door en startte met eigen kapitaal een olietankopslag, Matex genaamd, aan de Nieuwe Waterweg bij Vlaardingen.

De uitbreiding van deze activiteiten zorgde voor expansie in Noordwest Europa. Op initiatief van Van Ommeren kwamen er kantoren in Amsterdam, Antwerpen, London en Hamburg naast het Hoofdkantoor in Rotterdam.