Een  patroniem (patronymicum) is een persoonsnaam ontleend aan de voornaam van de vader.

Nederlandse achternamen als Jans(s)en, Willemsen en Hendriks waren oorspronkelijk patroniemen.

In Noord-Nederland geven de uitgangen als -ma of -sma dit aan. Voorbeelden hiervan zijn Jansma, Broersma en Gjaltema. Dit zou oorspronkelijk een verkorting van het woord man kunnen zijn.

In bepaalde gedeelten van Zuid-Nederland was het gebruikelijk om zowel een patroniem als een achternaam te gebruiken, bijvoorbeeld “Jan Jans van Gelder”. Soms werden daarbij meer generaties vermeld: Gerrit Peter Wouters Jans van der Schuur (Gerrit, zoon van Peter, zoon van Wouter, zoon van Jan).

In ruimere zin kunnen ook de in Groningen, Drente , Overijssel en Gelderland voorkomende familienamen op -ing of -ink tot de patroniemen worden gerekend: Wiebing = afstammeling van Wiebe; Wesselink = afstammeling van Wessel.

Daar het achtervoegsel -ing, -inga in de Nedersaksische streektalen een ruimere betekenis “behorende bij” heeft, wordt het in achternamen ook wel aan andere woorden gehecht: Banning, Veltink, Waterink.