Een maand is een tijdseenheid die oorspronkelijk was gebaseerd op de omlooptijd van de maan.

Bij de huidige gregoriaanse kalender, die op het zonnejaar gebaseerd is, is de lengte van de maand zodanig dat er 12 maanden in een jaar gaan.

De namen van de maanden worden meestal met de uit het Latijn afgeleide vorm aangeduid. In oude teksten komen echter ook wel eens andere benamingen voor de maanden voor.

  1. januari (januarius): louwmaand, lauwe, ijsmaand
  2. februari (februarius): sprokkelmaand, sporkele, schrikkelmaand
  3. maart (martius): lentemaand, akkermaand
  4. april (aprilis): grasmaand, prille- of paasmaand, pril
  5. mei (maius): bloeimaand, wonnemaand
  6. juni (junius): we(i)demaand, zomermaand
  7. juli (julius): hooimaand
  8. augustus (augustus): oogst(maand), oust
  9. september (september): pietmaand, herfstmaand
  10. oktober (october): zaaimaand, wijnmaand
  11. november (november): slachtmaand, smeermaand
  12. december (december): wintermaand, hardemaand, joelmaand, Kerstmaand