Een lidmaat is een persoon die belijdenis heeft en daarna is aangenomen tot lid van de kerkelijke gemeente.

Om lidmaat van de kerkelijke gemeente te kunnen worden, diende men gedoopt te zijn. In veel gevallen was dat ook gebeurd, maar niet b.v. bij kinderen, van wie de ouders doopsgezind waren.

Verder moest men de uitgangspunten van het geloof onderschrijven, zoals die in de catechismus waren verwoord. De aankomende lidmaten moesten deze kennen en werden daartoe onderwezen door de predikant.

Als dat was gebeurd, werden de aankomende lidmaten door de predikant en enkele leden van de kerkeraad ondervraagd en beleden zij die uitgangspunten te onderschrijven. Dit heet “belijdenis doen”. Daarna werd men aangenomen als lidmaat “met belijdenis”.

Het overzicht van de lidmaten werd bijgehouden in het lidmatenregister.