Jacob (Bob) den Uijl (Rotterdam, 27 maart 1930 – aldaar, 13 februari 1992) was een schrijver, vooral van korte verhalen, en jazztrompettist.

Na de mulo-b te hebben doorlopen, deed Den Uijl MO-A Frans en Engels. Vervolgens werkte hij tot 1968 in Rotterdam bij scheepvaartkantoren, waar hij belast was met het opstellen en vertalen van de buitenlandse correspondentie.

Het laatst werkte hij bij een scheepvaartmaatschappij waar hij in 1968 met driehonderd mensen moest afvloeien. Hij had toen al verhalen in boekvorm gepubliceerd en ging zich geheel op het schrijven toeleggen. Van 1948 tot 1957 trad hij ook als jazztrompettist met verscheidene jazzorkesten op.

Den Uijl had als handelsmerk de lach, maar dan op een literaire manier gebracht. Hij was een meester in het beschrijven van hilarische situaties, zoals al blijkt uit zijn eerste verhalenbundel Vogels kijken (1963). Ten tijde van deze bundel werkte hij mee aan het experimentele blad Gard Sivik. Zijn vorm was het verhaal, in een duidelijke stijl zonder literaire effecten.

Hij was geen veelschrijver van dikke romans vol psychologische verwikkelingen van de hoofdpersonen. Zijn teksten hadden geen dubbele betekenis. Toeval speelde een grote rol in de veelal autobiografische verhalen, veelal volgens een vast stramien. De hoofdpersoon gaat op reis, ontmoet iemand of er gebeurt iets onverwachts, iets bizars en het verhaal kantelt en krijgt een surrealistische wending. Er kan in gezoomd worden op een detail dat vervolgens uitvergroot wordt.

Hij kon dagelijkse ergernissen meesterlijk verwoorden, bijvoorbeeld dat wanneer je voor loketten een keuze moet maken uit twee of meer rijen, je onveranderlijk de rij kiest die het minste opschiet, en wanneer je vervolgens besluit van rij te veranderen zal je ondervinden dat de nieuwe rij vervolgens stokt.

Maar de verhalen waren niet altijd zo hilarisch, soms kwam de zwartgalligheid bovendrijven. De ondertoon van Den Uijls werk is serieus: het leven is in feite zinloos en absurd. En daarmee is het belangrijkste genoemd: achter echte humor schuilt vaak een diepe ernst.

Den Uijl schreef veel reisverhalen en daarom is zijn naam sinds 2003 verbonden aan de prijs voor het reisverhaal. Dat is wel enigszins bizar, en daarom eigenlijk perfect passend bij hem, omdat hij geen autorijbewijs bezat, vliegangst had, en zich ook niet prettig voelde als een trein door een donkere tunnel reed. De reizen gingen dan ook vaak op de fiets, een aangeklede racefiets, die met de trein werd meegenomen.
Andere thema’s die geregeld in zijn werk aan bod kwamen, betreffen zijn ervaringen als kind in de Tweede Wereldoorlog, zijn gestuntel in het sociale verkeer en in de omgang met apparaten, zijn liefde voor wielrennen, zijn alcoholgebruik, de stad Rotterdam en belevenissen in België.

Den Uijl won de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam (1965) voor “Vogels Kijken”, de Anna Blamanprijs (1968) voor “Een zachte fluittoon” en de Multatuliprijs (1976) voor “Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam”.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Een van de interesses van Den Uijl was namelijk de Eerste Wereldoorlog en hij was een van de weinige Nederlandse auteurs die daar aandacht aan besteedde. De andere was zijn enige jaren oudere generatiegenoot F.B. Hotz. Bij Hotz speelde de Eerste Wereldoorlog meer als decor voor de belevenissen van zijn hoofdpersonen, terwijl Den Uijl juist diverse locaties aan het westelijk front bezocht en deze beschreef.

Den Uijl heeft veel meer geschreven over onderwerpen uit de Tweede Wereldoorlog. De oorlogsherinneringen zouden nooit verdwijnen. Zo maakte hij op zijn tiende jaar het bombardement op Rotterdam mee en zag hij op zijn veertiende jaar bij toeval twaalf willekeurig neergeschoten mensen liggen op het Hofplein in Rotterdam.

Reizen naar Duitsland en bezoeken aan plaatsen die een rol speelden in de nazi-tijd vormden een belangrijk bestanddeel van zijn oeuvre, zoals het lange verhaal “Neurenbergse protocollen” in de verhalenbundel “Een uitzinnige liefde” uit 1986. In Heidelberg werd zelfs eens een gesprek gevoerd met Albert Speer en in München met de voormalige secretaresse van Adolf Hitler.

Persoonlijk leed

Den Uijl stotterde. In 1958 liet hij zich hiervoor behandelen door een vrouwelijke psychiater, de zus van Paul Rodenko. Het stotteren verminderde, maar door de behandelingen kreeg hij diverse fobieën als eetangst en straatvrees.

Vanwege veelvuldig gebruik van alcohol en kalmeringsmiddelen verslechterde eind jaren 80 zijn gezondheid. Begin 1992 overleed Bob den Uyl op 61-jarige leeftijd aan longemfyseem.