Impost is een vorm van belasting of accijns.

In holland werd van 1696 tot en met 1805 belasting (impost) op het trouwen en begraven geheven. Deze belasting diende aan de gaarder betaald te worden. Er bestonden 5 klassen:

  1. pro deo (voor onvermogenden)
  2. Fl 3,- (Personen die minder dan Hfl 200,- per jaar verdienden of  behoorden tot een bezitsklasse met een eigen vermogen van minder dan Hfl 2.000,-)
  3. Fl 6,- (Personen die jaarlijks een inkomen hadden van Hfl 200,- tot Hfl 400,- of behoorden tot een bezitsklasse met een eigen vermogen van Hfl 2.000,- tot Hfl 6.000,-)
  4. Fl 15,- (Personen die een jaarsalaris verdienden van tussen de Hfl 400,- tot Hfl 800,- en degenen die zonder speciaal ambt te bekleden behoorden tot de bezitsklasse met een eigen vermogen van Hfl 6.000,- tot Hfl 12.000,-)
  5. Fl 30,- (Baljuwen, schouten, burgemeesters, schepenen, raden, thesauriers, pensionarissen en secretarissen van de steden in Holland en Westfriesland. Ook de baljuwen, drosten en dijkgraven van de hoogheemraadschappen vielen onder dit tarief. Vervolgens al degenen die bepaalde ambten bekleden waaraan een jaarlijks inkomen was verbonden van Hfl 800,- of hoger en diegenen die een vermogen bezaten van Hfl 12.000,- of meer.)

Bepalend voor het bedrag dat men moest betalen was de welstand van de betrokkene. Voor ongehuwden was een dubbel tarief van toepassing.