Herman Heijermans (Rotterdam, 3 december 1864 – Zandvoort, 22 november 1924) was een Nederlands toneelschrijver. Pseudoniemen die hij gebruikte waren Samuel Falkland en Koos Habbema.

Herman Heijermans groeide op in een liberaal joods gezin, in een intellectueel en kunstzinnig milieu. Zijn opa – die geboren werd als Jeremias Levie Hijman en wiens achternaam in 1811 werd gewijzigd in “Heijermans” – was muzikant en zijn vader was redacteur bij de NRC.

Zijn oudere zus Catherine Mariam (Marie) was kunstschilderes en tekenlerares, terwijl zijn jongere zus Ida Sarah verhalen en sprookjes voor de jeugd schreef. Zijn jongste zus Helena Agnes was directrice van een school voor vrouwenarbeid. Herman’s jongere broer Louis was arts en directeur van de GGD resp. GG&GD te Amsterdam. Herman’s oudste dochter Hermine Marie Leendert was actrice en auteur en zijn jongste dochter Marjolein Droomelot was schrijfster.

Herman Heijermans is één van de belangrijkste Nederlandse toneelschrijvers. Enkele van zijn stukken zoals “Op hoop van zegen” en “Eva Bonheur” zijn klassiek geworden.

De fel sociaal-democratische Heijermans is ook jarenlang zeer actief als journalist. Vooral met zijn cursiefjes onder de naam Falkland maakt hij naam. Financieel wordt de altijd zeer aanwezige Heijermans zijn hele leven achtervolgd door schuldeisers. De door de SDAP georganiseerde begrafenis wordt door een enorme mensenmassa bijgewoond.

Afkomst

Herman Heijermans is in Rotterdam geboren als zoon van de gelijknamige journalist en Matilda Moses Spiers. Herman volgt de HBS en gaat daarna werken bij de Wissel- en Effectenbank en later de Twentsche Bank.

Daarna zet hij samen met zijn broer Benjamin Frederik (Boen) een handel op in lompen en oude metalen. Die onderneming wordt geen succes. Een faillissement kan worden afgewend, maar Heijermans blijft achter met een schuld van dertigduizend gulden.

Zijn orthodox joodse verloofde, Betsy Vles, verbreekt de verhouding onder druk van haar vader, zelf een handelaar.

Vader Heijermans publiceert de eerste pennenvruchten van zijn zoon in Het Zondagsblad, waarvan hij hoofdredacteur is. Zoon Herman besluit journalist te worden en vertrekt naar Amsterdam.

Journalist

Heijermans gaat werken voor De Telegraaf als toneelrecensent. Hij spaart geen enkele reputatie en krijgt in de hoofdstad al snel de reputatie van een ‘indringerig joodje’. In 1894 publiceert hij zijn eerste column onder het pseudoniem Falkland (genoemd naar een Engelse dichter en politicus uit de zeventiende eeuw).

Vanaf 1896 komen deze vaak humoristische ‘Falklandjes’ in het Algemeen Handelsblad uit. Hij schrijft er honderden, die in negentien bundels Schetsen ook in boekvorm verschijnen.

Heijermans is ook sterk politiek betrokken. Hij sluit zich in 1897 bij de SDAP aan en ijvert voor een eigen dagblad, Het Volk.

In juni 1897 start Heijermans een eigen tijdschrift, De Jonge Gids, waaraan hij onder maar liefst negen pseudoniemen meewerkt. Een jaar later nodigt Herman Gorter, zelf veel theoretischer dan de daadkrachtige Heijermans zijn collega uit voor een samenwerking met zijn eigen De Nieuwe Tijd. Die verloopt moeizaam. Heijermans eigen blad gaat door financiële problemen in maart 1902 ter ziele en dan wordt hij alsnog redacteur van De Nieuwe Tijd.

In 1898 is Heijermans getrouwd met de cabaretzangeres Maria Peers, met wie hij dochter Hermine krijgt.

Het gezin vertrekt in 1907 naar Berlijn, waar Heijermans journalistiek actief is.

Over de achtergrond van zijn vrouw, die getrouwd is geweest en die haar twee kinderen door haar verhouding ontnomen ziet, schrijft hij de roman “Kamertjeszonde” (1897), die zich duidelijk richt tegen de burgerlijke moraal.

Toneel

Vanaf zijn debuut met Dora Kremer (1893) over de positie van de vrouw, schrijft Heijermans meer dan zestig toneelstukken, meestal onder zijn eigen naam, maar ook onder pseudoniem.

Zijn toneelstuk “Ahasverus” (1894) over de jodenpogroms in Rusland publiceert hij onder de naam Ivan Jelakovitsch. Het kent een groot succes en wordt ook in Parijs opgevoerd.

Veel van zijn toneelstukken zijn sterk maatschappij-kritisch of richten zich tegen bepaalde bevolkingsgroepen. “Allerzielen” (1904) wordt in sommige plaatsen verboden omdat het kwetsend is voor rooms-katholieken. Ghetto geldt als anti-semitisch.

Een enorm succes heeft Heijermans met “Op hoop van zegen” (1900) over de verhouding tussen de rijke reders en de arme vissersbevolking, waarvan veel vrouwen na de dood op zee van hun echtgenoten schier brodeloos achterblijven.

Kniertje, de vrouwelijke hoofdrol van “Op hoop van zegen” wordt jarenlang gespeeld door Esther de Boer – van Rijk (de lievelingsactrice van Heijermans) die ook in veel andere stukken figureert.

Naast “Op hoop van zegen” worden “Schakels” (1903) en “De wijze kater” (1917) klassiek.

Heijermans verhuist mede naar Berlijn omdat zijn stukken in Nederland niet auteursrechtelijk zijn beschermd. In Duitsland is dat wel het geval, omdat het buurland is aangesloten bij de zogenaamde Berner Conventie.

In Berlijn schrijft Heijermans regelmatig over sociale misstanden en de deplorabele toestand van de arbeidersklasse.

Zijn stuk “Glück auf” (1911) over mijnwerkers, gaat in de Hollandsche Schouwburg in première. In juni 1911 richt Heijermans de NV Tooneelvereeniging op met hemzelf als directeur en zijn vaste spelers als acteurs.

Aan schrijven komt hij aanvankelijk amper toe, hij vindt het lastig om te delegeren en lijdt verlies op verlies. Het zijn bankiers en andere kapitaalkrachtigen die hem op de been houden.

Heijermans krijgt voor zijn vijftigste verjaardag in 1914 fondsen aangeboden om zijn gezin te kunnen onderhouden, maar het huwelijk overleeft de spanningen niet. Vrouw en dochter vertrekken; een maand na de scheiding in 1918 huwt Heijermans de ruim 24 jaar jongere actrice Anna Elizabeth Henriëtte Jurgens, met wie hij twee kinderen krijgt.

Als Heijermans gepasseerd wordt voor het directeurschap van de Amsterdamse Stadsschouwburg, huurt hij Carré af voor grote spektakelstukken. Dat gaat twee seizoenen goed, de omvang van die zaal blijkt te hoog gegrepen.

In 1924 publiceert hij nog “Droomkoninkje”, Een verhaal voor grote kinderen, opgedragen aan zijn jonge kinderen. Hij is dan al ziek. Hij overlijdt aan de gevolgen van kaakkanker op 22 november 1924 te Zandvoort.

Reputatie

Heijermans wenst geen joodse begrafenis, maar wil wel door ‘het volk uitgedragen worden’. Dat gebeurt ook. De SDAP en de vakbonden organiseren een grootse begrafenis vanuit Zandvoort naar Zorgvlied aan de Amstel in Amsterdam. Het publiek staat rijen dik om de grote toneelschrijver en activist eer te betuigen.

Een begrafenis van die omvang is in de decennia daarvoor alleen Domela Nieuwenhuis te beurt gevallen. Na de dood van Heijermans zorgt een gelijknamige stichting voor levensonderhoud van zijn tweede vrouw en kinderen.

Een beeld van Heijermans is op zijn honderdste geboortedag geplaatst in het Leidsebosje in Amsterdam.

Over het leven van Heijermans verschijnt in 1996 een zeer persoonlijke biografie van Hans Goedkoop, genaamd “Geluk: Het leven van Herman Heijermans”. De titel is ontleend aan het eerste gelijknamige toneelstuk van Heijermans in 1882 bij het vijfentwintig jarig huwelijksfeest van zijn ouders.

(Bron: www.letterkundigmuseum.nl en gedeeltelijk bewerkt door Ron Schuurmans)