Hendrika Wilhelmina (Rie) Mastenbroek (Rotterdam 26 februari 1919 – aldaar, 6 november 2003), was een zwemster. Zij was drievoudig Olympisch kampioen op sprint en midden-afstand vrije slag. Verder behaalde zij drie Europese titels en vestigde negen maal aan wereldrecord.

Hendrika Wilhelmina (Rie) Mastenbroek werd op 26 februari 1919 geboren aan de Meent in Rotterdam. Haar ouders waren ongehuwd en de naam van haar vader is nooit officieel geregistreerd.

Haar moeder verdiende de kost onder andere als werkster van het Erasmiaans Gymnasium. Een deel van haar jeugd woonde Rie met haar moeder aan de Botersloot in Rotterdam, waar haar grootouders een café runden. Haar vader kwam af en toe op bezoek. Pas in 1940 gingen haar ouders samenwonen.

Rie Mastenbroek leerde op jonge leeftijd zwemmen in ‘het luizenbad’ aan de Singel, later zwom zij in het zwembad aan de Tuinderstraat.

Op elfjarige leeftijd ging zij op advies van twee trainsters van de Onderlinge Dames Zwemclub (ODZ) wedstrijdzwemmen. Een van de trainsters was Marie Braun-Voorwinde, beter bekend als “Ma Braun”.

Onder het strenge regime van “Ma Braun” en op een dieet van paardenbiefstuk en bruine bonen met spek ontwikkelde Rie zich tot een van Nederlands meest succesvolle zwemsters.

Die Kaiserin von Berlin

Op vijftienjarige leeftijd brak Rie Mastenbroek internationaal door toen zij in het Duitse Maagdenburg tijdens de Europese kampioenschappen van 1934 drie gouden medailles won (400 meter vrije slag, 100 meter rugslag en 4×100 meter vrije slag in de estafetteploeg) en één zilveren medaille (100 meter vrije slag).

Twee jaar later – tijdens de Olympische Spelen in Berlijn – won zij opnieuw driemaal goud (100 meter vrije slag, 400 meter vrije slag en 4×100 meter vrije slag in de estafetteploeg, samen met Willy den Ouden, Tini Wagner en Jopie Selbach) en éénmaal zilver (100 meter rugslag).

De overwinning op de 100 meteer vrije slag was indrukwekkend. Bij het keerpunt lag ze vrijwel in verloren positie, op 25 meter van de finish was nog vierde, maar de laatste vijftien meter roffelde ze zo snel af dat ze nog royaal als eerste aantikte.

Ook drie gouden medailles op één Olympische Spelen was zeer uitzonderlijk. Voor Rie Mastenbroek wisten allleen de zwemsters Bleibtrey (1920) en Madison (1932) dat te presteren.

Bij 100 meter rugslag ging de gouden plak naar landgenote Nida Senff. Later verklaarde Rie Mastenbroek dat zij Senff de eer had gegund omdat zij onvoldoende gemotiveerd was geweest. Voor het goud op de 400 meter vrije slag had dat anders gelegen: de Deense Ragnhild Hveger, die een doos chocola had gekregen van haar fans, had bij het tracteren Rie als haar meest directe concurrente bewust overgeslagen. Tijdens de laatste vijftig meter van de wedstrijd zwom Rie Mastenbroek haar voorbij met de gedachte “en nu krijg je je bonbonnetje terug”.

Rie Mastenbroek was de eerste Nederlandse vrouw die bij de Olympische Spelen vier medailles won en deze prestatie leverde haar in de media de bijnaam “die Kaiserin von Berlin” op. De Olympische Spelen van 1936 in het nationaal-socialistische Duitsland waren omstreden, maar Mastenbroek heeft kritiek over deelname aan de “Spelen van Hitler” altijd naast zich neergelegd. Ze zei dat ze daar voor de sport kwam en niet voor politieke doeleinden.

In 1962 deed ze afstand van één van haar gouden Olympische medailles; die liet ze bij opbod verkopen in het kader van de liefdadigheidsactie Open het Dorp.

Einde zwemcarrière

Tijdens haar carrière verbeterde de Rotterdamse in totaal negen wereldrecords: zes op de rugslag, drie op de vrije slag. De zwemcarrière van Rie Mastenbroek duurde niet lang.

Kort na de Olympische Spelen van 1936 kwam een einde aan haar internationale zwemcarrière. “Ma Braun” wilde meer zeggenschap over haar pupil en trachtte via een juridische procedure de –ongehuwde– moeder van Rie Mastenbroek uit de ouderlijke macht te laten zetten. Haar pogingen mislukten en de affaire leidde eind 1936 tot een vertrouwensbreuk.

Rie Mastenbroek voelde zich publiek bezit geworden en stopte als wedstrijdzwemster. Om in haar levensonderhoud te voorzien ging zij aan de slag als zweminstructrice (aan de Gooische zweminrichting). Vanwege deze werkzaamheden ontnam de KNZB haar de status van amateur. Hierdoor kwam zij volgens de reglementen niet langer in aanmerking voor deelname aan internationale wedstrijden.

Rie Mastenbroek had na 1936 als zweminstructrice betrekkingen bij verschillende families in Hilversum, Groningen en Antwerpen. In 1939 trouwde zij met Cornelis Kuijpers, met wie zij twee kinderen kreeg (in 1939 en 1941). Het paar woonde in Rotterdam. Het huwelijk hield echter geen stand, en na de scheiding verhuisde Rie met haar kinderen naar Amsterdam, waar zij werk vond als tolk, boekhoudster bij een specialistenkliniek en inspectrice van gebouwen.

In 1975 trad zij in haar nieuwe woonplaats Rozenburg in het huwelijk met Waltherus de Wit, met wie zij al in 1956 een zoon had gekregen.

Tijdens haar zwemcarrière had Rie Mastenbroek nogal eens last van ademhalingsmoeilijkheden; soms viel ze ook om onduidelijke redenen flauw. Men dacht dat het aan de werking van haar schildklier lag en ze slikte daarvoor ook pilletjes.

Na een zwaar auto-ongeluk in 1968 bleek evenwel dat zij haar leven lang al leed aan chronische bloedarmoede. De behandelend arts suggereerde dat ze in goede gezondheid nog veel betere zwemprestaties had kunnen neerzetten. Ondanks haar “duizend-en-een kwalen” bleef zij tot het einde van haar leven zelfstandig wonen. Rie Mastenbroek overleed op 6 november 2003 te Rotterdam .

Waardering

Na 1936 zijn de sportieve prestaties van Rie Mastenbroek snel in de vergetelheid geraakt. Hoewel zij niet graag in het middelpunt van de belangstelling stond, stak het haar wel dat er in Nederland weinig waardering was voor sportprestaties van oud-kampioenen. Vanuit het buitenland kwam deze erkenning wel.

In 1968 werd zij benoemd tot lid van de International Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale (Florida, VS) en in 1997 ontving zij de Olympic Order. Deze hoogste onderscheiding van het Internationaal Olympisch Comité kreeg Mastenbroek voor haar prestaties tijdens de Olympische Spelen van 1936 en voor haar nimmer aflatende inzet voor sport en sportiviteit.