Godfried Schalcken (Made, 1 januari 1643 – ‘s-Gravenhage, 15 november 1706) was een kunstschilder. Hij was een zoon van predikant Cornelis Schalcken. Zijn moeder, Aletta Lydius, was de dochter van Dominee Baltius Lydius te Dordrecht.

Tussen 1656 en 1662 is Godfried in de leer geweest bij Samuel Hoogstraten. Daarna gaat hij naar Leiden om bij Gerard Dou te werken. In 1665 wordt hij in Dordrecht vermeld als vaandeldrager bij het 7e vendel der schutterij.

Op 31 oktober 1679 treedt Godfried in het huwelijk met Francoise van Diemen uit Breda. Hij woont in 1682 “op de Boom” en is voor of in 1686 naar de Wijnstraat verhuisd.

Op 20 februari 1691 heeft hij aan het Haagsche gilde fl. 18,- betaald. Het is niet zeker of hij toen zelf in den Haag woonde. Mogelijk is ook dat hij dat geld betaalde om in den Haag vrij de kunst te mogen beoefenen. Hij stond waarschijnlijk toen al in contact met de voornaamste kringen daar.

Op 12 november 1691 woont Godfried te Dordrecht bij de Gravestraat. Op 18 mei 1692 gaat hij met zijn vrouw naar Londen. Hij maakt hier vooral veel portretten van de Engelse adel.

Op 18 juni 1698 vestigt hij zich in den Haag, waar hij 31 augustus 1699 burger wordt. In 1700 krijgt hij de opdracht om voor de Raadskamer van de admiraliteit in Rotterdam portretten van de Oranjes te schilderen.

In 1703 werkt hij aan het hof van den Keurvorst te Düsseldorf, waar enkele jaren later ook Rachel Ruysch heeft gewerkt. Godfried schijnt haar goed gekend te hebben en zij zou zelfs op een van zijn werken een bloemenkrans hebben geschilderd.

In 1704 is Godfried weer terug in den Haag. Er zijn verschillende akten over financiele aangelegenheden en dergelijke over hem bewaard, o.a. het testament, dat hij op 29 Augustus 1705 met zijn vrouw maakte.

Tot zijn leerlingen behoorden onder andere zijn zuster Maria, zijn neef Jacob Schalcken en Arnold Boonen.