Frederik Daniel Otto Obreen

Frederik Daniel Otto Obreen (Rotterdam, 21 mei 1840 – Amsterdam, 1 november 1896) was een archivaris, publicist en museumdirecteur.

Frederik was aanvankelijk bestemd om bij het notariaat opgeleid te worden, maar werd in 1858 benoemd tot ambtenaar ter secretarie van de gemeente Rotterdam. Uit liefhebberij tekende hij graag.

Nog voor zijn huwelijk volgde hij bij de Rotterdamsche Teekenacademie lessen bij van J. v.d. Laar, J. Spoel en R. van Eijsden. Op het atelier van Van Eijsden volgde hij tevens schilderlessen.

In 1864 werd Frederik op zijn verzoek benoemd als assistent van de gemeentearchivaris Johannes Hendrikus Scheffer (1832-1886). In 1873 werd Frederik benoemd tot adjunct-bibliothecaris-archivaris.

Het gemeentearchief werd, samen met de collectie van de Utrechtse verzamelaar F.J.O. Boymans, in 1864 ondergebracht in het Schielandhuis, nadat dit huis na een brand was herbouwd.

Zes later later, in 1879, werd Frederik benoemd tot directeur van het Museum Boijmans. In 1883 verhuisde Frederik naar Amsterdam, omdat hij aldaar was benoemd tot hoofddirecteur van het Rijksmuseum en tevens tot directeur van het Rijksmuseum van Schilderijen. Voor de organisatie van dat museum heeft hij zich zeer verdienstelijk gemaakt.

Frederik heeft, samen met de reeds genoemde Johannes Hendrikus Scheffer, veel gepubliceerd over de geschiedenis van Rotterdam in de Rotterdamsche Historiebladen (1876-1880). Gelijktijdig gaf hij een groot aantal documenten uit over onze kunstgeschiedenis in het Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis (1877-1890), die hij zelf redigeerde.