DTB-registers (doop-, trouw- en begraafregisters) zijn de registers waarin de kerkelijke bevolkingsadministratie tot aan de invoering van de burgerlijke stand werd bijgehouden.

Het Concilie van Trente verplichtte op 11 november 1563 de parochiepriesters om doop- en trouwregisters aan te maken. Ook de protestantse kerken zijn hiertoe overgegaan.

Later werden ook begrafenisregisters gemaakt, hoewel daarvoor geen bindende voorschriften bestonden.

In kleinere gemeentes werden de verschillende soorten registers soms in één fysiek boek samengevoegd.

Bij de invoering van de burgerlijke stand moesten de kerken hun registers bij de overheid inleveren. Zij dienden als basis voor de nieuwe burgerlijke stand.

Dit betekende echter niet het einde van de kerkelijke administratie. Ook na de invoering van de burgerlijke stand bleven de kerken hun dopen en dergelijke registreren, maar deze werden niet meer gebruikt ten behoeve van de bevolkingsboekhouding.