Doopregisters (doopboeken) zijn registers van een kerkgenootschap waarin de dopen werden geregistreerd. Voorschriften voor het bijhouden van doopregisters zijn vastgesteld tijdens het Concilie van Trente, (1545-1563).

Toen in 1810 Nederland opging in het Franse Keizerrijk, werd de burgerlijke stand ingevoerd, een bevolkingsregistratie naar Frans model. De kerken werden in 1811 verplicht hun doopregisters bij de burgerlijke stand in te leveren, evenals hun trouw– en begraafregisters.

De inschrijving in het register werd gedaan door de geestelijke die de doop verrichtte. Vaak schreef de koster de namen op zoals ze hem bij de doop werden doorgegeven.

Er was geen enkele controle op volledigheid of op spelling. Daardoor kunnen namen van mensen op zeer verschillende manieren zijn geschreven.

In de registers staan meestal de voornamen van het kind en de volledige naam van de ouders en de getuigen vermeld, evenals de datum van de doop. De datum van de geboorte werd in eerste instantie niet vermeld. In 1792 stelden de Staten van Holland verplicht ook geboortedatum en geboorteplaats te vermelden.

In vrijwel alle doopboeken is ook de naam van de geestelijke die de doop heeft verricht te vinden. In de marges van de doopboeken staan soms opmerkingen geschreven over bijvoorbeeld naamsveranderingen, het verstrekken van doopbewijzen of belangrijke functies van ouders of getuigen.