Daniël George van Beuningen (Utrecht, 4 maart 1877 – Arlesheim, Bazel-Land (Zwitserland), 29 mei 1955) was in zijn tijd de grootste werkgever van de Rotterdamse haven. Hij was medefinancier van het Stadion Feijenoord en een van de stichters van het Havenziekenhuis. Ook was hij een kunstkenner en een kunstverzamelaar.

Daniel George streefde eerst naar een carrière als zeeofficier, maar hij werd op zijn ogen afgekeurd. Hij volgde de HBS en studeerde later aan de Handelshogeschool te Leipzig. Hij deed eerst praktijkkennis op in het vak van zijn vader, in de Engelse kolenwereld, en vervolgens in het opkomende vervoerscentrum in het Duitse Ruhrgebied, Duisburg.

Daarna kwam hij in 1900 te Rotterdam bij de Batavierlijn, waar de firma Wm. H. Müller & Co onder leiding van Anthony George Kröller de directie voerde.

Daniel George was als grootste werkgever van de Rotterdamse haven van zeer grote betekenis voor deze stad. Aangespoord door zijn vader trad Daniel George in 1901 in dienst van de agent van de SHV te Rotterdam, R.J. Dutilh, naast wie hij een jaar later als leider optrad over een vooralsnog bescheiden onderneming.

In 1905 werd de firma Van Nievelt & Co overgenomen en daarmee haar bunkerbedrijf voor de scheepvaart. Toen werd mede de firma P.W. Louwman opgenomen, waarmee de SHV alle Westfaalse kolen in Rotterdam door haar handen kon doen gaan. De Rotterdamse vestiging kreeg daarmee een duidelijk internationaal karakter in het vervoer van en de handel in steenkool.

De SHV werd tijdens de Eerste Wereldoorlog groot met de kolenhandel tussen de vijanden Engeland en het Duitse Ruhrgebied. Daniel George gaf leiding aan een groot aantal bedrijven in Rotterdam.

Na de Eerste Wereldoorlog was hij eigenaar van onder meer de SHV Rotterdam, de Nederlandse Rijnvaart Vereeniging, de Maatschappij Vrachtvaart, de NV Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. en de gelijknamige havensleepdienst en het watertaxibedrijf Spido.

In 1941 trad Daniel George af als directeur van zijn concern. In 1954, vlak voor zijn dood, was de familie Van Beuningen gedwongen zich uit de SHV terug te trekken aangezien er geen opvolger meer was voor een directiefunctie. Vanaf dat moment stond de aangetrouwde familie Fentener van Vlissingen aan het roer.

Mechanisering van de arbeid en sociale voorzieningen

Al spoedig begreep Daniel George dat de toenmalig in zwang zijnde zware lichamelijke arbeid ondoelmatig was voor massale overslag. Na een verkenningsreis in de Verenigde Staten liet hij de eerste drijvende bunkermachine op het Europese vasteland bouwen. Door de mechanisatie in het op- en overslagproces en het bunkeren te verbeteren, groeide de omslag van kolen in de haven sterk.

Daniel George introduceerde kolentransporteurs en elevatortransporteurs waardoor de productie omhoog ging en de SHV 4 tot 5 keer meer gebunkerde kolen kon afleveren dan de concurrentie. De mechanisatie wekte in die jaren nog al wat beroering in de haven van Rotterdam.

Bij de SHV bleef de arbeidsonrust uit omdat Daniel George de arbeiders ervan overtuigde dat de machines geen werk afnamen maar nieuw en minder zwaar werk creëerden. Daniel George liet tevens het spoorwegvervoer vervangen door vervoer te water.

Daniel George voerde in zijn vele bedrijven sociale voorzieningen in, lang voordat dit alles gemeengoed werd. Ook toonde hij in zijn omgeving en zijn zaken een persoonlijke milddadigheid, die velen in stilte aan hem verplichtte.

Andere initiatieven

Daniel George was directeur van het administratiekantoor ‘Unitas’, een beleggingsmaatschappij. Ook geraakte hij als commissaris van Robeco betrokken bij dit door K.P. van der Mandele opgerichte consortium, dat zich ten doel stelde om het effectenbezit te spreiden.

Verder had hij door zijn commissariaat van het Scheepshypotheekbankbedrijf belang bij de financiering van het Rotterdamse bedrijfsleven. Het dagbladbedrijf trok zijn aandacht als commissaris van de Boek- en Kunstdrukkerij v/h Mouton & Co.

Van belang waren ten slotte ook commissariaten bij de Kaiser-Fraserfabrieken (1948), terwijl de oprichting in 1937 van de Röntgen Technische Dienst voor het onderzoek van materialen op zijn aandringen geschiedde naar aanleiding van een ernstig bedrijfsongeval dat een van zijn medewerkers had getroffen. De Rotterdamsche Bankvereeniging en de Holland-Amerika Lijn profiteerden van zijn krachtige steun in moeilijke dagen.

Reeds op jonge leeftijd werd Daniel George gekozen als lid van de Kamer van Koophandel in Rotterdam, waarvan hij ruim dertig jaar deel zou uitmaken. In dit lichaam bekleedde hij steeds een vooraanstaande plaats. Vooral heeft hij zich geweerd tegen het in 1925 door ons land met België afgesloten verdrag, waarin onder meer de aanleg van een Moerdijkkanaal ter nauwere verbinding van de haven van Antwerpen met de Rijn was voorzien.

Verdere maatschappelijke betekenis voor Rotterdam

Daniel George was ook actief in het maatschappelijk leven. Hij was medefinancier van het in 1937 gebouwde Stadion Feijenoord en een van de stichters van het Havenziekenhuis. Daniel George was een kunstkenner en een verzamelaar. Zijn economisch welslagen stelde hem in staat een collectie aan te leggen.

Naast Zuid- en Noordnederlandse primitieven en 17e-eeuwers, verwierf hij werk van Italianen, van El Greco, 18e- en 19e-eeuwse Franse schilderkunst, neo-impressionisten en Van Gogh. Daarnaast ook tekenkunst en Nederlands en Italiaans aardewerk.

De verzameling van Daniel George was in Europa vermaard. Topstukken uit zijn collectie waren niet alleen te bewonderen op kunsttentoonstellingen in het Museum Boijmans, het Mauritshuis te Den Haag en in het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum te Amsterdam maar ook op internationale tentoonstellingen in Parijs, Londen, Brussel en Wenen.

In de eerste jaren van zijn loopbaan als verzamelaar legde Daniel George zich voornamelijk toe op het aankopen van schilderijen van de Haagse School en Barbizon en van oud Delfts aardewerk. Ondanks de economische malaise kocht hij tussen 1914 en 1918 eenendertig schilderijen ter waarde van 111.165 gulden.

In die jaren schonk hij voor het eerst een aantal kunstwerken aan het Museum Boijmans, voornamelijk zeventiende- en achttiende-eeuwse meubelstukken. In 1919 begon hij werken van oude Hollandse meesters te verzamelen. In dat jaar kocht hij voor 457.000 gulden aan schilderijen, waaronder werken van Rembrandt, Frans Hals, Adriaen van Ostade, Jan Steen en Pieter de Hooch.

Op 9 april 1940 kocht Daniel George op aanraden van de directeur van Museum Boijmans, Dirk Hannema, de gehele Koenigs-collectie van de bank Lisser & Rosenkranz voor één miljoen gulden. Daniel George besloot, zonder medeweten van Hannema, een gedeelte van de collectie te verkopen. Hij verkocht 527 tekeningen en schilderijen aan Hans Posse, de kunstadviseur van Hitler, voor het Führermuseum in Linz.

Het resterende deel van de verzameling, bevattende 2200 bladen uit de tekeningencollectie en een aantal belangrijke schilderijen, schonk Daniel George in 1941 aan het Rotterdamse museum. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden alle door Posse aangekochte kunstwerken door de Russen meegenomen als oorlogsbuit.

In 2004 keerde na intensieve politieke onderhandelingen een deel van de tekeningen uit de Koenigs-collectie terug naar Nederland. In 1958 werd gehele kunstcollectie van Daniel George door zijn kinderen aan Museum Boijmans geschonken.

Conservator Dirk Hannema adviseerde toen de erven van Daniël George om diens gehele kunstcollectie via een inbetalinggeving (betaling van erfenisrechten aan de hand van kunstwerken uit de successie) te schenken aan het Museum Boijmans om zo de successiekosten te betalen. Hierna werd de naam Van Beuningen toegevoegd aan het bestaande museum Boijmans en verkreeg het de huidige naam Boijmans Van Beuningen.

Villa “Noorderheide”

Tot aan de Tweede Wereldoorlog woonde Daniel George in het Scheepvaartkwartier van Rotterdam, waar zijn grote schoener Vigilanter voor de deur van zijn kantoor lag in de Veerhaven. In 1939 liet Daniel George de kapitale villa “Noorderheide” aan de Elspeterbosweg in Vierhouten bouwen.

Dit immense landhuis was een ontwerp van landhuizenarchitect Eschauzier en is opgenomen op de Rijksmonumentenlijst. Jarenlang hingen wereldberoemde schilderijen in dit landhuis, een daarvan was de Kleine Toren van Babel van Pieter Brueghel de Oude. Tot vlak voor zijn overlijden woonde Daniel George op de “Noorderheide”.