Cornelis Pieter van Dijk (Kees)

Cornelis Pieter (Kees) van Dijk (Rotterdam, 25 juli 1931 – Rotterdam, 29 december 2008) was een Nederlands politicus van het CDA.

Kees van Dijk groeide op in een orthodox-protestants gezin. Als bestuursambtenaar maakte hij in Nieuw-Guinea de machtsoverdracht aan Indonesië mee.

Hij verbleef jarenlang in het buitenland, onder meer als economisch medewerker van de Nederlandse Bank in Zuid-Afrika en als hoofd van de onderwijstak van de Wereldbank in Washington. In 1973 keerde Kees van Dijk met echtgenote en drie kinderen terug naar Nederland.

In 1974 begon hij in de plaatselijke politiek, als raadslid te Rotterdam. Drie jaar later trad hij toe tot de landelijke politiek. In 1977 werd hij lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Dit ambt verruilde hij in 1981 voor dat van minister voor Ontwikkelingssamenwerking in de kabinetten Van Agt II en Van Agt III om in 1982 weer in de Kamer terug te keren.

Van 1986 tot 1989 was hij opnieuw minister, ditmaal van Binnenlandse Zaken in het Kabinet-Lubbers II. Na twee jaar ambteloos te zijn geweest kwam hij in 1991 in de Eerste Kamer die hij in 1999 pas verliet.

In 1983 en 1984 verwierf Van Dijk bekendheid als voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie naar de ondergang van het jarenlang met veel staatssteun overeind gehouden scheepsbouwconcern Rijn-Schelde Verolme (RSV).

Aan het eind van het jaar 1984 werd Van Dijk door de parlementaire pers gekozen tot politicus van het jaar. In 1999 leidde hij ook het onderzoek naar de Ceteco-affaire in de provincie Zuid-Holland. Bij deze zaak ging het om het slecht bankierende Zuid-Holland.