Abraham Leonardus (Bram) Appel (Rotterdam, 30 november 1921 – Geleen, 31 oktober 1997) was een voetballer.

Hij was een klassieke midvoor die honderden doelpunten maakte voor verschillende Haagse amateurclubs, in de oorlog (als dwangarbeider) voor het Berlijnse Hertha BSC en na de oorlog voor onder meer Stade de Reims en Fortuna ’54.

Met het Nederlands elftal deed hij in 1948 mee aan de Olympische Spelen van Londen en in 1953 was hij een van de initiators van de beroemde Watersnoodwedstrijd van de Nederlandse profs tegen het Franse elftal. In 1963 werd hij als voetbaltrainer van PSV kampioen van Nederland.

Bram Appel werd geboren in Rotterdam, maar hij groeide op in Den Haag en Wassenaar, waar zijn vader op Duindigt beroepsmatig in de paardensport zat. In Den Haag begon je jonge Bram, vermaard om zijn schot- en kopkracht, te voetballen bij kleine clubs als Blauw-Zwart, SVT en Archipel. Op zijn 9e jaar begon Bram Appel zijn voetballoopbaan overigens als keeper bij BZW in Den Haag.

De oorlog

Via Bram werden zijn vader en moeder in 1942 met de dood bedreigd. Bij een razzia kreeg de Bram te horen dat zijn ouders zouden worden dood geschoten, wanneer hij zich ’s avonds niet op het Hollands Spoor voor transport naar Duitsland zou melden. “Dan heb je niet veel keus meer”, zei hij achteraf.

Hoewel hij zich de woede van de Duitse autoriteiten op de hals haalde omdat hij weigerde voor aanvang van een wedstrijd de Hitlergroet te brengen, werd Bram Appel in Duitsland (waar men hem Leo noemde omdat Bram te joods aandeed) al snel een bejubelde midvoor van Hertha Berlin.

Tussen de bombardementen door scoorde hij aan de lopende band voor Hertha. In zijn eerste seizoen scoorde hij 57 keer en in 1944 schoot hij Hertha naar het kampioenschap. In ruil daarvoor kreeg hij een kantoorbaan met een maandloon van driehonderd mark. Hij had een mooie kamer in een tuinhuis gekregen, zodat hij niet in barakken hoefde te wonen.

Schorsing na de oorlog

Na de oorlog werd Bram Appel in Nederland geschorst door de KNVB. Het was nota bene bondsvoorzitter Karel Lotsy, die zich sterk maakte voor die schorsing; dezelfde man, die het tijdens de bezetting zo goed kon vinden met de Duitsers en die in Berlijn zelfs bij wedstrijden met Bram Appel in het veld op de eretribune werd gesignaleerd.

De schorsing na de oorlog wekte bij Appel een woede, die hij nooit meer kwijtraakte. Hij zei hierover: “Niemand heeft mij ooit kunnen uitleggen wat er fout aan was om als dwangarbeider in Duitsland ook nog te voetballen.

Door dat voetballen kreeg ik beter te eten en kwam ik op een minder gevaarlijke plaats te werken. Mocht dat niet, dan?” Zwaar was de schorsing oerigens niet, waardoor hij als jongen van 24 jaar met ADO voor het eerst in de hoogste Nederlandse voetbalafdeling kon spelen.

Olympische Spelen, prof-voetbal en daarna

Bram Appel was al bijna 27 jaar toen hij in het Nederlands elftal debuteerde. Dat gebeurde op de Olympische Spelen van 1948. Nadat midvoor André Roosenburg geblesseerd was geraakt in de openingswedstrijd tegen Ierland, werd Appel met spoed overgebracht naar Londen, waar hij op Highbury tegen de Britse ploeg meteen twee keer scoorde. Oranje verloor overigens na verlenging met 4-3.

Zeven jaar later kreeg Appel als gevorderde dertig-plusser een tweede kans in het Nederlands elftal. Op de leeftijd van 39 jaar zette hij een punt achter het actief voetballen. Twaalf interlands hadden de kopsterke en veel schietende midvoor tien goals gebracht.

In 1949 werd Bram Appel prof-voetballer bij Stade de Reims. Bij deze club vierde hij triomfen en bleef hij aan de lopende band scoren. Met de beroemde Raymond Kopa vormde Bram Appel de vermaarde “switch”.

Na een jaartje in de Zwitserse competitie bij Lausanne Sports, tekende hij in 1955 een contract bij Fortuna ’54. Samen met Theo Timmermans nam hij in 1953 het initiatief voor de watersnoodwedstrijd, die de opmaat was voor de komst van betaald voetbal in Nederland.

Vanaf 1960 werkte hij als full time-trainer bij Volendam, PSV, Fortuna ’54, Beringen en Eindhoven. Net vijftig jaar was Appel toen hij het trainersvak voor gezien hield en overstapte naar de handel in huizen. De laatste jaren leidde Appel een teruggetrokken bestaan in Geleen.